Mappa Brabantiae

Een geïllustreerde geschiedenis

Veel waarden in de duizendjarige Brabantse kloostergeschiedenis zijn vandaag de dag actuele maatschappelijke vraagstukken. Hoe gaan we om met duurzaamheid? Wat verbindt ons als mensen? Kunnen we samen zorg bieden aan hen die het nodig hebben? Wat is de waarde van bezit? Waar vinden wij rust en bezinning? Hoewel de antwoorden hierop in de toekomst liggen, kunnen we leren van het verleden. Mappa Brabantiae van Ludwig Volbeda helpt je op weg.

Colofon

Veel waarden in de duizendjarige Brabantse kloostergeschiedenis zijn vandaag de dag actuele maatschappelijke vraagstukken. Hoe gaan we om met duurzaamheid? Wat verbindt ons als mensen? Kunnen we samen zorg bieden aan hen die het nodig hebben? Wat is de waarde van bezit? Waar vinden wij rust en bezinning? Hoewel de antwoorden hierop in de toekomst liggen, kunnen we leren van het verleden. Mappa Brabantiae van Ludwig Volbeda helpt je op weg.

De middeleeuwse ‘mappae mundi’ oftewel wereldkaarten kenden hun oorsprong in de kerk. Ze waren niet bedoeld om mee te reizen, maar om verhalen te vertellen. Geïnspireerd op deze middeleeuwse mappae mundi maakte illustrator Ludwig Volbeda Mappa Brabantiae: een handgetekende kaart die 1000 jaar Brabants kloosterleven in beeld brengt.

Middeleeuwse kloosterlingen verstopten soms geheime boodschappen in boeken tijdens hun werk in scriptoria. In Mappa Brabantiae zijn drie verborgen haiku's te ontdekken. Oorspronkelijk komen ze uit een dagboek over het dagelijkse leven van een Nederlandse kartuizermonnik in de Franse Chartreuse van Portes.

Mappa Brabantiae is gemaakt ter gelegenheid van het Kloosterjaar 2021. Een project van Graphic Matters in opdracht van de Provincie Noord-Brabant.

Illustraties – Ludwig Volbeda © 2021
Research – Marga Arendsen/Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven
Redactie – Dennis Elbers/Graphic Matters
Projectleiding – Christel Jansen/Graphic Matters
Codering – Burg, Burg.

Wil jij deze kaart op jouw website delen?

Verborgen haiku 1

al aan het verslijten
mijn lijf kraakt onder het werk - 
verhoute klimroos

Uit: 'Het gewone leven. Haiku-dagboek van een kartuizermonnik’.

Verborgen haiku 2

maanlicht op de grond
bij de ingang van mijn kluis
heimelijk bezoek

Uit: 'Het gewone leven. Haiku-dagboek van een kartuizermonnik’.

Verborgen haiku 3

zaterdagavond
in de wereld een druk vermaak
frambozen wassen

Uit: 'Het gewone leven. Haiku-dagboek van een kartuizermonnik’.

1. Ora et labora

In de zesde eeuw schreef Sint-Benedictus de Regula Benedicti, de beroemdste en invloedrijkste leefregel voor kloosterlingen. Deze kloosterregel laat zich samenvatten in het devies Ora et labora (‘bid en werk’). Een eenvoudig leven van gebed en arbeid in een gemeenschap was de ultieme manier om God te dienen. Dit devies ligt dan ook aan de oorsprong van de vele activiteiten die vervolgens door kloosterlingen zijn ontplooid.

Over ambacht en hard werken gesproken: het tekenen van deze Mappa Brabantiae was een waar monnikenwerk. Illustrator Ludwig Volbeda werkte er bijna drie maanden aan, versleet 20 potloden en kreeg zelfs een vrijstelling voor de avondklok omdat hij eindeloos lange werkdagen maakte.

2. Missionarissen

Vanaf de zevende eeuw begonnen de eerste missionarissen het christelijk geloof te introduceren in Brabant. Deze zendelingen waren kloosterlingen uit Ierland en Engeland. Ze kwamen van overzee en gaven gehoor aan de Bijbelse oproep: ‘Gaat uit over heel de wereld en verkondigt de blijde boodschap.’

3. Het begin

Het verhaal van het Brabantse kloosterleven begint rond het jaar 1100. Ridder Folkold van Berne rijdt te paard de Maas in om aan zijn achtervolgers te ontsnappen. Hij belooft de Moeder Gods dat hij een klooster zal stichten als hij kan ontkomen. Het lukt en daarom sticht hij in 1134 een klooster te Berne in de Bommelerwaard. Het klooster heeft de tand des tijds niet overleefd, maar in de naam van de Abdij van Berne in Heeswijk-Dinther klinkt dit verhaal nog door.

4. Over grenzen heen

In het dorpje Berne wapperde lang de Brabantse vlag, tegenwoordig is dat de Gelderse. Dit voorbeeld laat zien dat kloosterleven zich niet laat begrenzen tot één provincie. ‘Brabants kloosterleven’ is dan ook een lastige afbakening; veel van wat over Brabant gezegd kan worden, betreft een veel groter gebied. De meeste kloostergemeenschappen hebben ook vestigingen in het buitenland.

5. Abdij van Berne

De wapenspreuk van de Norbertijnen van Berne, is: Berna ut lucerna (‘moge Berne het licht verspreiden’). De Norbertijnen gebruiken deze spreuk vandaag de dag nog altijd. Ze willen mensen helpen met hun levensvragen, met hen optrekken en hun dagelijkse bestaan verlichten. De abten mogen sinds 1534 de symbolen van een bisschop dragen: een mijter, een ring en een kromstaf. De Norbertijnen volgen de kloosterregel van Sint Augustinus; ze combineren gemeenschapsleven en gebedstraditie met pastorale en sociale activiteiten.

6. Nederwetten

De eerste vrouwelijke kloostergemeenschap in Brabant werd gevormd door de Reguliere Kanunnikessen in de priorij van Hooidonk in Nederwetten, gesticht in 1146. Aanvankelijk ging het om een dubbelklooster voor zowel vrouwen als mannen. Vanaf 1242 werd het alleen nog door vrouwen bewoond. Ook zij volgden de kloosterregel van Sint Augustinus.

7. Bijbelpassage

Kloosterlingen grijpen voor hun leefwijze graag terug op een passage uit het Bijbelboek Handelingen: ‘Dagelijks bezochten ze trouw en eensgezind de tempel, braken het brood in een of ander huis, genoten samen hun voedsel in blijdschap en eenvoud van hart, en loofden God.’ Vandaag de dag wordt deze Bijbelpassage voornamelijk op Tweede Paasdag in kerkdiensten gelezen en verwijst dan naar het begin en de essentie van het christelijk geloof.

8. Binnen en buiten

Het kloosterleven is gericht op God, met een interne en een externe kant. Binnen het klooster is het een leven van gebed in een gemeenschap. Buiten gaat het om werkzaamheden ten dienste van de samenleving. Nieuwe vormen van kloosterleven ontwikkelen zich altijd in relatie tot de samenleving.

9. Bakens in het landschap

In de middeleeuwen breidde het aantal kloosters in Brabant gestaag uit. Zo kwam er in 1371 een nieuw klooster van de Kruisheren in Sint Agatha. Zij zitten daar, 650 jaar later, nog steeds. Daarmee is Sint Agatha het langste continu bewoonde klooster van Nederland. Kloosters zijn doorgaans van verre zichtbaar en herkenbaar door de torens van de kloosterkerken. In de band rond de Mappa Brabantiae zijn onder andere de torens zichtbaar van het voormalige Sint-Jansklooster in Breda, een Franciscanessenklooster in Roosendaal en Sint-Jozefdal in Eindhoven.

10. Ridderorden

In de twaalfde eeuw, de tijd van de kruistochten, ontstonden de geestelijke ridderorden. Zij hielpen bij de verdediging van het Heilig Land, door mee te strijden en door ondersteuning te geven in de vorm van slaapgelegenheid, zielzorg en ziekenzorg. Na de kruistochten bleven ze dienstverlenende functies vervullen zoals het verplegen van zieken en het ontvangen van pelgrims.

11. Duitse orde

Een voorbeeld van een geestelijke ridderorde is de Duitse Orde. Zij hadden onder andere een vestiging (commanderij) in het kasteel van Gemert, gesticht rond 1250.

12. Tempeliers en Johannieters

Ook in de commanderij Ter Brake in Alphen waren geestelijke ridderorden gevestigd: vanaf ongeveer 1180 de Tempeliers, in 1313 opgevolgd door de Johannieters.

13. Bedelorden

Met de opkomst van de steden ontstonden in de dertiende eeuw de bedelorden. Deze streefden ernaar al hun tijd en energie te besteden aan hun religieuze werk en leefden zonder bezittingen. Daarom waren ze afhankelijk van giften voor hun levensonderhoud. De Franciscanen, Dominicanen en Karmelieten zijn de belangrijkste bedelorden. Zij zorgden in de stad voor zielzorg, prediking, onderwijs en ziekenverzorging.

14. Cleyn Rome

Rond 1500 was in ’s Hertogenbosch maar liefst één op de achttien bewoners kloosterling of begijn. Daarom werd de stad in die tijd ook wel ‘Cleyn Rome’ genoemd.

15. Spectrum

Rond 1500 was het gehele spectrum van kloosterleven zoals we dat nu nog kennen al aanwezig: mannen- en vrouwenkloosters; abdijen op het platteland en kloosters in de stad; kloosterlingen die een beschouwend leven leiden en kloosterlingen die actief zijn in de samenleving.

16. Verschillen en overeenkomsten

Sommige kloostergemeenschappen heten 'orde', andere worden 'congregatie' genoemd. Kloosterlingen die toetreden tot een orde of congregatie leggen geloften af van armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid: ze zien af van eigen bezit en van een levenspartner, en willen dienstbaar zijn aan de gemeenschap.

Ongeveer vijf procent van de kloosterlingen leidt een contemplatief leven en verblijft altijd binnen de kloostermuren. De overige kloosterlingen zijn eveneens actief in de samenleving.

Bij de mannelijke kloosterlingen zijn er gemeenschappen met priesters (paters) en gemeenschappen waarin alleen broeders leven (mannelijke kloosterlingen zonder priesterwijding).

17. Politieke strijd en godsdienstoorlog

Na de middeleeuwse bloeiperiode volgde een dramatische periode voor het Brabantse kloosterleven. In de zestiende eeuw begonnen de Reformatie en de Tachtigjarige Oorlog. Opstandelingen, die vaak protestants waren, verzetten zich tegen de heerschappij van de katholieke Spanjaarden. Brabant lag vaak in de vuurlinies.

18. Verbod

Toen het merendeel van Noord-Brabant in 1648 definitief in handen kwam van de protestantse Republiek der Verenigde Nederlanden, was het voorlopig gedaan met de kloosters in Brabant. De katholieken moesten hun kerken overdragen aan de protestanten en de mannenkloosters werden gesloten. In de vrouwenkloosters mochten geen nieuwe zusters meer intreden, in de hoop dat die kloostergemeenschappen uiteindelijk zouden uitsterven.

19. Hollandse Zending

Na 1648 trokken er in Brabant opnieuw missionarissen rond, vaak afkomstig uit de Zuidelijke Nederlanden. In schuilkerken droegen zij voor katholieken de mis op. In 1622 riep de paus de Noordelijke Nederlanden uit tot missiegebied, onder de naam Hollandse Zending.

20. Uitzondering

Niet alle kloosters verdwenen in de zeventiende eeuw uit Brabant. In Noordoost-Brabant lagen enkele enclaves of vrije heerlijkheden die niet tot de Republiek der Verenigde Nederlanden behoorden. Dankzij hun eigen wetten en regels konden daar wél kloosters gevestigd worden. Zo werden het land van Ravenstein, het graafschap Megen, de baronie Boxmeer en de commanderij van Gemert toevluchtsoorden voor verdreven kloosterlingen.

21. Bescherming

Een tweede uitzondering was te danken aan de prinsen van Oranje. Zij beschermden enkele kloostergemeenschappen, waaronder de Norbertinessen van het klooster Catharinadal, die in de zeventiende eeuw van Breda naar Oosterhout verhuisden.

22. Prins Maurits

Ook de Kruisheren van Sint Agatha werden beschermd door de prinsen van Oranje. In het kloosterarchief bevinden zich tientallen beschermbrieven van het Huis van Oranje. Toen rond 1600 de gebouwen van Sint Agatha door oorlogsgeweld ernstig waren beschadigd, stak prins Maurits de helpende hand toe bij het herstel. Hij verleende tolvrijheid voor de aanvoer van bouwmaterialen over de Maas en schonk een glas-in-loodraam voor de kloosterkerk.

23. Inval Fransen

De inval van de Fransen in 1795 zorgde voor beperkte godsdienstvrijheid. De Franse revolutionairen keerden zich onder andere tegen de macht en invloed van de Rooms-Katholieke Kerk. Ze namen de kloosters hun bezit en voorrechten af. In 1806 waren er in Nederland nog maar vijftien bewoonde kloosters, allemaal in Brabant. Onder keizer Napoleon (1810-1813) kwam er een compleet kloosterverbod.

24. Koning Willem II

Pas toen koning Willem II in 1840 de troon besteeg, kwam er verandering. Hij gaf toestemming om weer broeders en zusters op te nemen in de kloostergemeenschappen.

25. Nieuwe kloostergemeenschappen

Vanaf 1840 ging het heel snel. In veel steden en dorpen werden nieuwe kloostergemeenschappen opgericht. Deze werden vaak genoemd naar de plaats waar het klooster stond: de Franciscanessen van Veghel, van Dongen, van Roosendaal en van Bergen op Zoom; de Broeders van Huijbergen; en de Zusters en de Fraters van Tilburg. In 1861 waren er in Brabant al weer 18 mannenkloosters en 67 vrouwenkloosters.

26. De vlucht

In de periode waarin het kloosterleven in Nederland weer in opbouw was, werden er in Duitsland en Frankrijk juist beperkingen op het kloosterleven ingevoerd. Er kwam verzet tegen de macht van de Rooms-Katholieke Kerk en men wenste een scheiding tussen kerk en staat. Kloosterlingen uit het buitenland vluchtten onder meer naar Brabant, waardoor het aantal kloosters flink groeide.

27. Zuster en broeder

Veel van de nieuwe kloosters werden in de negentiende eeuw opgericht met een maatschappelijk doel, zoals onderwijs, gezondheidszorg, armenzorg, bejaardenzorg of psychiatrie. Het aantal scholen, internaten en ziekenhuizen dat hieruit voortkwam, is bijna niet voor te stellen; in elke Brabantse stad en in vele dorpen zie je hier het effect nog van. Ook in onze taal komt het terug: verpleegkundigen worden vandaag de dag nog altijd aangesproken met ‘zuster’ of ‘broeder’.

28. Alfabetisering

Kloosterlingen hebben altijd een belangrijke rol gespeeld in de alfabetisering van de maatschappij. In middeleeuwse scriptoria werden manuscripten overgeschreven. Hiermee droegen de kloosterlingen bij aan het behoud, de beschikbaarheid en de verspreiding van kennis.

Tijdens het werk aan de manuscripten werden lettertypes en leestekens ontwikkeld om de tekst beter leesbaar te maken. Ook boekverluchting kreeg veel aandacht. Met illustraties werd een beter begrip van de tekst nagestreefd.

29. Onderwijs

Vanaf de negentiende eeuw gaven kloosterlingen les aan zoveel mogelijk kinderen om hen betere kansen te geven op een goede toekomst. Kloosterlingen richtten lagere scholen, middelbare scholen, kweekscholen en speciaal onderwijs in Brabant op.

30. Veilig leren lezen

Tot op de dag van vandaag wordt in het basisonderwijs gewerkt met de methode 'Veilig leren lezen’. Deze methode is ontwikkeld door frater Mommers, van de Fraters van Tilburg.

31. Grave

De Fraters van Tilburg gaven onderwijs aan blinden en slechtzienden in het Sint-Henricusklooster in Grave, waaruit een instelling voor mensen met een visuele beperking is ontstaan.

32. Rijke Roomse Leven

De bloeiperiode van het katholicisme tussen ca. 1920 en 1960 staat bekend als het Rijke Roomse Leven. De actieve religieuzen waren in opkomst. Zij werkten, in tegenstelling tot de contemplatieve kloosterlingen, vooral buiten de kloostermuren.

33. De wijde wereld in

Veel Brabantse religieuzen gingen na hun opleiding naar de missie in het buitenland. Vaak vertrokken ze naar de toenmalige kolonies in Afrika en Indonesië, maar ook het Caribisch gebied, Zuid-Amerika en de Verenigde Staten waren bekende bestemmingen. Dat gebeurde in een tijd waarin internationaal reizen voor de meeste mensen niet aan de orde was. Dit had een enorme invloed op de verbreding van de Brabantse horizon. De Brabantse cultuur werd de wereld over gebracht, maar de internationale ervaring kwam ook weer terug in Brabant.

34. Veranderingen in de jaren zestig

Rond 1960 kende Nederland het hoogste aantal kloosterlingen ooit: bijna 50.000 Nederlanders behoorden tot een kloostergemeenschap. Van alle landen ter wereld had het kleine Nederland toen in absolute getallen het hoogste aantal missionarissen.

Daarna zette de secularisatie in. De welvaart groeide en de televisie gaf letterlijk een bredere blik op de wereld. De veranderingen hadden ingrijpende gevolgen voor het kloosterleven.

De activiteiten van actieve religieuzen zoals scholen en zorginstellingen worden overgenomen door de overheid. Veel congregaties besloten geen intreders meer op te nemen; de taak die zij in de negentiende eeuw op zich namen; het bouwen aan de maatschappelijke infrastructuur, was volbracht.

35. Zwarte bladzijden

Inmiddels is duidelijk geworden dat, naast de grote bijdragen die kloosterlingen geleverd hebben, de kloostergeschiedenis ook zwarte bladzijden kent. Bijvoorbeeld over seksueel misbruik van minderjarigen die aan de zorg van religieuzen waren toevertrouwd. Hier is onderzoek naar gedaan, wat heeft geleid tot excuses en tot aanbevelingen om dit in de toekomst te voorkomen.

36. Burgerkleding

Kloostergemeenschappen probeerden vanaf het eind van de jaren zestig hun doel en leefwijze aan te passen aan de nieuwe tijd. Zo werd voortaan gebeden en gezongen in het Nederlands en minder in het Latijn. Veel kloosterlingen vervingen hun habijten door burgerkleding. De deuren naar de samenleving gingen verder open.

37. Vergrijzing

Ondanks de modernisering van het kloosterleven treden vandaag de dag nog maar weinig mensen in. Dit leidt tot sterke vergrijzing van bijna alle kloostergemeenschappen in Nederland. In Noord-Brabant zijn er nog zestig kloosters actief, waarvan slechts een tiental toekomstperspectief ziet. De meeste kloostergemeenschappen hebben inmiddels besloten om hun aanwezigheid in Nederland af te bouwen.

38. Kloosterwaarden

Is het verhaal van de kloosters daarmee afgelopen? Nee, zeker niet! Een aantal orden en congregaties continueert het kloosterleven met het evangelie als kern van hun missie.

De geschiedenis van het kloosterleven in Noord-Brabant leert ons dat de kloosterwaarden in tijden van grote omwentelingen overeind bleven. Juist in deze roerige tijd ontwikkelen zich initiatieven die teruggrijpen op de verstillende leefwijze van kloosterlingen, met regelmatige bezinning, eenvoudig leven en het delen van bezittingen.

Bedankt voor het volgen van de rondleiding. Een groot deel van de Mappa Brabantiae is nu toegelicht. Ga gerust op zoek naar de verborgen boodschappen.

101
Verborgen haiku 1
102
Verborgen haiku 2
103
Verborgen haiku 3
1
Ora et labora
2
Missionarissen
3
Het begin
4
Over grenzen heen
5
Abdij van Berne
6
Nederwetten
7
Bijbelpassage
8
Binnen en buiten
9
Bakens in het landschap
10
Ridderorden
11
Duitse orde
12
Tempeliers en Johannieters
13
Bedelorden
14
Cleyn Rome
15
Spectrum
16
Verschillen en overeenkomsten
17
Politieke strijd en godsdienstoorlog
18
Verbod
19
Hollandse Zending
20
Uitzondering
21
Bescherming
22
Prins Maurits
23
Inval Fransen
24
Koning Willem II
25
Nieuwe kloostergemeenschappen
26
De vlucht
27
Zuster en broeder
28
Alfabetisering
29
Onderwijs
30
Veilig leren lezen
31
Grave
32
Rijke Roomse Leven
33
De wijde wereld in
34
Veranderingen in de jaren zestig
35
Zwarte bladzijden
36
Burgerkleding
37
Vergrijzing
38
Kloosterwaarden