Opgeloste schoonheidsidealen

“As a private person, I have a passion for landscape and I have never seen one improved by a billboard.” aldus reclame legende David Ogilvy (1911-1999) in Confessions of an Advertising Man.

Deze mening wordt door velen gedeeld. Toch zijn er wereldwijd slechts twee steden die reclame in de ban hebben gedaan; Sao Paolo (sinds 2007) en Grenoble (sinds 2015). Elders strijden wereldwijde conglomeraten nog steeds om onze aandacht via allerhande straatmeubilair als medium.

Sinds de jaren ’70 groeit het verzet hiertegen. Activistische burgers kwamen aanvankelijk vooral in actie tegen de tabaksindustrie en vrouwonvriendelijke advertenties. De laatste jaren zijn er steeds meer anarchistische groepen actief die culture jamming als vorm van street art toepassen. Zo werden in 2015 tijdens de klimaatconferentie Cop21 in Parijs ruim 600 billboards tegelijk gehackt. Vanaf 2016 is 25 maart uitgeroepen tot jaarlijkse 'no-ad day'. Een dag waarop wereldwijd advertenties uit het straatbeeld worden verwijderd. Illegaal uiteraard, een groeiende beweging die Subvertising of Brandalism genoemd wordt.

De groepen die hier achterzitten proberen hun achterban te vergroten met online tutorials. Deze laten niet alleen zien hoe je een posterkast openmaakt en vervangt, maar ook hoe je zelf een ‘hi-viz-vest’ maakt. Zo’n oranje hesje waarmee alles mogelijk is in de openbare ruimte. Tijdens Banksy’s Dismaland waren er zelfs live demonstraties en werden 2.000 sleutelsets verkocht waarmee je toegang krijgt tot het straatmeubilair van JCDecaux.

De Spaanse kunstenaar met het pseudoniem Vermibus heeft een oranje vest, sleutels en een missie. Anders dan andere Subvertisers plaatst hij geen zelf geprinte posters terug, zijn ingreep is indrukwekkender. Hij uit zijn kritiek op het commerciële schoonheidsideaal op een schilderachtige wijze. Eerst verwijdert hij bestaande posters uit billboards. In zijn studio bewerkt hij deze met oplosmiddel en elimineert hij selectief woorden, logo's, of gezichten. De posters worden vervolgens in een andere stad weer opgehangen. Daar worden ze, steeds sneller, weer verwijdert door reclame-exploitanten, óf ironisch genoeg, door kunsthandelaren die zijn werk voor veel geld doorverkopen.

Gezien het vluchtige karakter is goede documentatie belangrijk. Vermibus' laatste video ‘In Absentia’ bekijk je hier onder.

De foto bij dit artikel werd gemaakt in Breda door Tim van Laere tijdens Graphic Matters.
*Deze column verscheen eerder in Dude, Dutch Designers Magazine

Vrede = veelkleurig

Basisschoolkinderen praten over de vorm van vrede Hoe ziet vrede eruit? Kun je het aaien, vastpakken? Heeft het een kleur of een vorm? Door de jaren heen is vaak geprobeerd een internationale vlag voor de vrede te ontwerpen, zonder succes. Wat is volgens groep 8 van de NBS uit Teteringen een perfecte vredesvlag?

In Nederland is het vredig, al heel lang. De jongere generaties (lees: iedereen die na 1945 is geboren) kennen niets dan vrede, dus vrede is juist voor ons best een lastig begrip. Dat merken de Teteringse leerlingen ook. Moet je niet juist weten wat oorlog is, om je echt te beseffen wat vrede is? “Van vrede krijg ik een blij gevoel,” zegt Roos (10). “Je bent dan verbonden met elkaar”. Haar klasgenootje Stan denkt meteen aan het symbool van een witte duif: “Dat zie je overal waar het over vrede gaat. De duif is vrij, en hij kan vliegen waar hij wil.” De kleur wit heeft ook een bijzondere betekenis, weet Kyra: “Dat is de kleur die je gebruikt als je je gewonnen geeft.”  

Rood en groen

Gewapend met een groen en een rood stickertje beoordelen de kinderen de vlaggen. Bij de vlag van Wilson McLau uit Brunei hangen ongeveer tien rode stickertjes. Die stickertjes laten zien dat veel kinderen dit niet zo’n goede vredesvlag vinden. Op de witte vlag staat een donkere, cirkelvormige lijn. De cirkel is niet helemaal gesloten en er loopt een zwarte lijn door het midden. Kevin, een van de kinderen die hier een rood stickertje bij heeft geplakt, legt uit waarom: “Deze vlag vind ik gewelddadig. De tekening die erop staat lijkt op een komeetinslag, of een speer,” vertelt hij, terwijl hij een vies gezicht trekt. En toch heeft deze vlag met vrede te maken. Ontwerper Wilson McLau heeft de vlag gemaakt als vlag voor de vrede, net zoals de 96 andere kunstenaars een vlag voor de vrede hebben gemaakt. Hoe zit dat dan? Na diep gepeins komt de tienjarige Annemijn met een oplossing. De niet-helemaal-gesloten-cirkel doet haar denken aan de samenleving. Het zijn een soort tegenpolen die toch bij elkaar komen, denkt ze. Een samenleving waar niets tussen kan komen.

Op de vlaggenstok van ‘Ahota’e’iloa Toetu’u uit Tonga zitten dan juist veel groene stickers. Het is een witte vlag met een duif die een olijftakje in zijn snavel heeft. De verschillende kleuren op het lijfje en de vleugels van de vogel staan volgens een van de kinderen voor de verschillende landen. “De duif is de wereld, en de kleuren zijn de verschillende landen,” zegt ze. Haar klasgenootje vult aan: “Een duif keert altijd terug naar zijn nest. Dat betekent dus dat iedereen welkom is, vind ik. Het is niet erg als je anders bent. Dat is vrede!”

De perfecte vlag

Wat is volgens de kinderen de allerbeste vredesvlag? Er wordt druk gekibbeld en gepraat. “De vlag met dat pistool kan het in ieder geval niet zijn,” roept een jongetje. De vlag met de duif en het olijftakje dan? “Maar dat kan alleen voor mensen die in de ark van Noach geloven,” zegt een donkerharig meisje streng. Er is niet één vlag beter dan alle anderen. Flags of Peace laat de kinderen zien dat vrede minimaal 96 verschillende vormen en kleuren heeft. 

*In september en oktober hebben ±600 leerlingen van verschillende Bredase scholen zelf een vlag voor vrede gemaakt als onderdeel van het Flags of Peace educatie-programma. Alle vlaggen worden gepresenteerd op 15 oktober tijdens de Graphic-A-Fair op de Graphic Matters festivallocatie. Meer info hier

Deelnemende scholen: KBS St. Joseph, Scala, De Nassau, KBS Petrus & Paulus, KBS Jacintha, Stedelijk Gymnasium Breda, NBS Teteringen. 

​Tekst: Iris van den Boezem

Het educatieproject is ontwikkeld door Michael van Kekem en Marthe Roosenboom in samenwerking met Graphic Matters en Trapped in Suburbia.